De duurzame haven

De Rotterdamse haven is een belangrijk transportknooppunt en groeit elk jaar in omvang. Al die bedrijvigheid heeft nogal wat impact op het milieu. Nederland heeft in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken er alles aan te doen om de uitstoot van CO2 in 2030 grofweg te halveren ten opzichte van 1990.

De Rotterdamse haven wil een voortrekkersrol spelen in de transitie naar schone energie. Net als de rest van Nederland streeft de haven ernaar om in 2050 volledig CO2-neutraal te zijn. Je vindt hier dan ook tal van voorbeelden van verduurzaming, dankzij de inzet van nieuwe kennis en technologie.

Sowieso komt steeds meer stroom die de haven gebruikt van schone windmolenparken op zee. En in 2022 moet alle verlichting bestaan uit energiezuinige ledlampen.

Ook steeds meer schepen varen op elektriciteit of schone(re) brandstoffen, zoals LNG, waterstof of methanol. Hetzelfde geldt voor de vervoersmiddelen die de goederen na de haven verder door de regio verspreiden. Binnenvaartschepen moeten in Rotterdam gebruikmaken van walstroom in plaats van dieselgeneratoren. Dit is stroom van oplaadpunten die bij alle ligplaatsen te vinden zijn. Hierdoor stoten deze schepen minder broeikasgassen uit, en veroorzaken bovendien minder geluidsoverlast voor de omgeving.

Daarnaast loopt er een aantal bijzondere projecten die proberen om de uitstoot van broeikasgassen op een slimme manier te verminderen. CCUS staat voor ‘carbon capture usage and storage’, oftewel: CO2 opvangen en gebruiken of opslaan in een gasveld onder de Noordzee, zodat het niet in de atmosfeer terecht komt. Ook werkt de haven aan een systeem waarmee de restwarmte van de industrie en bedrijven in de haven gebruikt kan worden voor de verwarming van huizen en kassen in de regio.